showcase
koeien Concours Hippique Geiten

Geiten


 

VERENIGING  TER  VERBETERING

VAN  HET  GEITENRAS

IN   NOORD-HOLLAND

 

   100 JAAR

 

1910       -  2010

 

Door de zeer slechte economische toestanden, dus door grote armoede gedreven, kwam de geitenhouderij rond 1900 weer meer in de belangstelling te staan. De opbrengst van de geit zowel haar melk als vlees, was een zeer welkome aanvulling voor menig gezin. De geit werd mede daarom in  grote getale gehouden, niet in groot aantal of koppels, maar per gezin waren er vaak enige geiten aanwezig.

 

Rond 1900 zijn er in Noord-Holland een aantal plaatselijke verenigingen welke geen onderling contact hebben. Wat zij gemeen hebben is dat er vanuit Zwitserland bokken van het Saanenras geïmporteerd werden. Met deze bokken wilde men een kortharige, ongehoornde Nederlandse geit fokken. Er was een mengelmoes van bonte en witte gehoornde geiten, sobere en sterke dieren die weinig verzorging nodig hadden. Een geit gaf toen gemiddeld 400 tot 600 liter melk in 280 dagen. Het vetgehalte was goed, maar de productie lag veel te laag. Dat wilde men omhoog   brengen door het inzetten van de Saanenbokken. Dit ras was zeer melktypisch, wit en ongehoornd, maar vroeg wel een goede verzorging. Het streven was dus om de goede melkgift van het Saanenras te combineren met de soberheid van de oude Nederlandse geit.

 

Uit een circulaire van het Ministerie van Landbouw in 1907 blijkt dat er een flinke belangstelling is ontstaan om goede geiten te importeren vanuit Duitsland. Ook in Noord-Holland. In de herfst van 1907 zijn door de heren J. Zuurbier te Beemster, vertegenwoordiger van de Boerenbond, en R. Visser te Berkhout in de provincie Rheinhessen in Duitsland een aantal fokgeiten en bokken van het Zwitserse Saanenras aangekocht.

 

Het initiatief om te komen tot de oprichting van  een Bond van Geitenfokverenigingen is uitgegaan van de Vereeniging tot Ontwikkeling van de Landbouw in Hollands Noorderkwartier. Ir. C. Nobel, Rijkslandbouwconsulent te Schagen zag in het houden van geiten een goede mogelijkheid om de vele armlastige arbeidersgezinnen aan een goedkope en goede aanvulling op het dagelijks menu te helpen waardoor de volksgezondheid bevorderd zou worden. Samen met de heren Sterk en Buis, voorzitters van de plaatselijke verenigingen  in Halfweg en Sloten, werd een circulaire opgesteld met het voorstel om tot de oprichting van een provinciale bond over te gaan. Deze werd op 26 april 1910 verstuurd met daarin de aankondiging dat een vergadering in hotel Krasnapolsky te Amsterdam op 10 mei 1910 gehouden zou worden. Op deze vergadering werd de Provinciale Bond van geitenfokverenigingen in Noord-Holland opgericht.  Wanneer de bond de naam veranderde in Vereniging ter Verbetering van het Geitenras in Noord-Holland is niet duidelijk.

De bond blijkt in een behoefte te voorzien want het aantal verenigingen, men spreekt nog niet over afdelingen, en daarmee het aantal leden en dieren groeit snel.  Het levert onverwachte problemen op want de katholieke kerk vindt dat katholieke geitenhouders in een eigen organisatie ondergebracht moeten worden. Vooral in West-Friesland zijn katholieke fokverenigingen ontstaan. Het bestuur van de Noord-Hollandse bond ziet dat als een grote bedreiging. Om de eenheid in de geitenwereld te behouden wordt in de vergadering van 13 maart 1917 besloten een nieuw bestuur te formeren waarin de helft van de leden uit de katholieke verenigingen moet komen. Dit wordt in een brief op 8 juni aan de bisschop van Haarlem voorgesteld. Desondanks blijft de kerk op haar standpunt staan dat er een aparte katholieke bond moet komen. Uiteindelijk blijft de eenheid bewaard omdat de provinciale bond accepteert dat er een kapelaan als geestelijk adviseur aan het bestuur wordt toegevoegd.

 

In de oorlogsjaren groeit de vereniging enorm.In 1945 telt de bond 56 afdelingen met 4800 leden die 7030 geiten houden. Daarna volgt weer een teruggang. Na 1950 wordt het houden van geiten steeds moeilijker door overheidsbepalingen. Gemeentelijke verordeningen maken het onmogelijk om met name in nieuwbouwwijken geiten te houden. Een sterke terugloop in het aantal is het gevolg. Bij de viering van het 50-jarig jubileum zijn er nog 23 afdelingen over met 520 leden.  De terugloop is niet meer te stoppen. Bij de viering van het negentigjarig bestaan in 2000 zijn er nog 10 afdelingen waarvan het ledental is  gedaald tot 214.

 

Inmiddels is in de NOG de noodzaak tot reorganisatie duidelijk geworden en dat brengt met zich mee dat ook Noord-Holland zal moeten besluiten wat het nu wil. In het rapport  ‘De bakens verzet: nieuwe wegen’ wordt de nieuwe structuur van de NOG geschetst. Daarin is geen plaats meer voor provinciale bonden welke per 31 december 2002 opgeheven zullen worden. Dat leidt er toe dat in Noord-Holland eindelijk concrete stappen worden genomen.  De voorjaarsvergadering van 16 maart 2002 neemt met 118 stemmen voor en 48 tegen het besluit  om de  Provinciale Bond om te vormen tot een vereniging waarvan de leden rechtstreeks lid zijn. Assendelft en Nieuw Vennep geven er de voorkeur aan om zelfstandig te blijven. De afdelingen Sint Maarten, West-Friesland, Ouderkerk, Oostzaan, Zaandam, Texel en het Toggenburger Geitenstamboek  worden opgeheven en gaan verder  onder de naam Vereniging ter Verbetering van het Geitenras in Noord-Holland. In eerste instantie wilde Hilversum zelfstandig verder gaan, maar kwam daar op terug en sloot zich ook aan bij de Vereniging. Het in 1907 opgerichte Hilversum is de enige afdeling die ook bij de oprichting van de Provinciale Bond betrokken was.

Op 18 januari 2003 wordt een vergadering uitgeschreven  waarop de nieuwe status van de vereniging wordt bekrachtigd. Het nieuwe statuut passeert op 24 februari 2003 bij notaris van Reeuwijk in Nieuwe Niedorp.

De vereniging gaat met 144 leden van start  maar dat aantal is alleen maar geslonken. Nu, bij het eeuwfeest, telt de vereniging minder dan tachtig leden. Een belangrijke factor in de terugloop is de steeds maar toenemende regelgeving, veroorzaakt door de grote MKZ-crisis in 2001 en de de Q-koorts en veranderende regels rond de identificatie en registratie met steeds hoger wordende kosten. Voor veel kleine geitenhouders redenen om te stoppen. Deze zorgelijke ontwikkelingen trekken een zware wissel op het voortbestaan van de Vereniging die in de honderd jaren die er achter ons liggen is getransformeerd van een vereniging waarin geiten voor nut werden gehouden en gefokt tot een vereniging waarin voor de meeste leden de fokkerij een hobby is geworden.  Of zelfs dat niet  meer. Slechts interesse in geiten bindt hen nog aan de vereniging, zonder zelf dieren te houden. Het overgrote deel van de leden heeft geen gezondheidscertificaat;  slechts zes leden  zijn certificaatwaardig.

 

Ter gelegenheid van het honderdjarig jubileum is het boek ‘Honderd jaar gemekker’ uitgegeven. Het is te bestellen bij p.a.couwenhoven@quicknet.nl. De kosten bedragen € 15,- inclusief verzendkosten.

 

DWERGGEITEN

Dwerggeitjes zijn echte kuddedieren. Het zijn vriendelijke, nieuwsgierige dieren die vooral bekend staan om hun speelse en ondeugende gedrag. Vooral jonge dieren zijn onvermoeibaar. Ze vragen veel aandacht en willen graag spelen.

 

Een dwerggeitje is tot ongeveer 55 centimeter hoog. De bokken mogen iets groter zijn. De beharing is kort, dicht en glanzend. De rug moet mooi recht zijn en de buik-lijn loopt naar achteren toe iets af. Dit wordt wigvormig genoemd. Voor het goed functioneren van de longen, het hart en de spijsverteringsorganen is een brede diepe borst met goed gewelfde ribben en een ruime middenhand gewenst. De staart ligt vlak tegen het kruis. Het beenwerk is droog, krachtig en goed vierkant geplaatst. De horens zijn klein en iets naar achteren toe gebogen.

 

Er bestaat sinds 1969 een speciale organisatie van dwerggeitenfokkers:

DE NEDERLANDSE FEDERATIE VAN VERENIGINGEN VAN DWERGGEITENHOUDERS

Afgekort: N.F.D.

Bij deze federatie zijn een aantal verenigingen aangesloten. Elke vereniging heeft een eigen bestuur dat alle activiteiten binnen de vereniging organiseert. Dit organiseren gebeurt steeds in nauw overleg met het NFD bestuur. In het NFD bestuur zitvan elke vereniging 1 lid. Het NFD bestuur zorgt ondermeer voor de volgende belangrijke zaken:

 

– Het omschrijven en vaststellen van een standaard van de Nederlandse

  Dwerggeit om zodoende te komen tot een zuiver Nederlands ras.

– De organisatie van landelijke keuringen.

– De opleiding van keurmeesters.

– De registratie van geiten en bokken.

– Het bijhouden van de stambomen van de geiten en bokken.

– Uitgifte verenigingsblad “De Dwerggeit” (verschijnt 11x per jaar).

 

 

Adres N.F.D.

p/a K. van Nispen

Havendijk 10c,

4731 KX Oudenbosch

tel: 0165-330994

E-mail: kvnispen@hetnet.nl

 

Website: www.dwerggeiten.nl

 

Schapen Shows